Reumatoloog en hoofdonderzoeker Calin Popa en promovendus Nienke Ponsteen vermoeden met dit onderzoek een vermindering van de klachten en misschien zelfs een structurele verbetering van de ziekte te bereiken.
Geen slijtage
In Nederland hebben bijna 1,6 miljoen mensen artrose. In de volksmond werd het lang slijtage genoemd; iets wat er nu eenmaal bij hoort als je ouder wordt. Maar van dat idee moeten we af vinden de onderzoekers. “Artrose is géén slijtage,” benadrukt Popa. “Het is een probleem van het kraakbeen en eigenlijk het hele gewricht. Door verschillende factoren, bijvoorbeeld hoog mechanische druk (overbelasting), ontstaat een kettingreactie in het gewricht waarna het herstelproces wordt verhinderd. Er ontstaat soms schade aan bijvoorbeeld het kraakbeen. Afhankelijk van de omgeving zet die reactie door en krijg je er uiteindelijk last van.”
Tot nu toe zijn er behalve pijnstillers geen medicijnen tegen artrose. Met de IMHOA studie hopen Popa en Ponsteen daar verandering in te brengen. “In de kliniek geven we af en toe een corticosteroïd aan mensen waarbij niets anders helpt,” vertelt Popa. “We zien dat bij een deel van deze patiënten de klachten aanzienlijk minder worden. Maar als arts wil je een degelijk onderzoek hebben waaruit duidelijk blijkt dat dit echt helpt. Pas dan kun je zo’n behandeling aanbevelen en kunnen meerdere mensen worden geholpen.”
Het onderzoek
“We gaan kijken of intramusculaire injecties met methylprednisolon helpen bij mensen met handartrose,” legt Nienke Ponsteen uit. “We willen in eerste instantie kijken of er een verbetering op korte termijn te zien is. Krijgen mensen minder pijn en meer functionaliteit in de handen? Vervolgens kijken we ook naar de langetermijneffecten. Veiligheid is erg belangrijk, want het gaat om corticosteroïd medicatie.”
Patiënten die meedoen aan het onderzoek worden verdeeld in drie groepen. “Een derde van de mensen krijgt een standaarddosis van 120 milligram,” vertelt Ponsteen. “Een ander deel krijgt een placebo en een derde groep krijg een lagere dosis, namelijk 40 milligram. We verwachten dat je bij een lagere dosis ook effect zal zien. En dat is mooi, want dan heb je minder corticosteroïden in je lichaam, dus minder kans op bijwerkingen. Dat is ook belangrijk bij herhalende injecties.”
“Vier weken na de eerste injectie gaan we voor het eerst meten,” vult Popa aan. “We verwachten dat dan de piek is van het effect. Na vier maanden, niet eerder, begint de tweede fase van het onderzoek waarin iedereen die dat wil, een injectie kan krijgen met de echte medicatie – methylprednisolon – in de hoogste dosering (120 mg). Dus ook de mensen die eerst de placebo hebben gekregen. In deze fase krijg je, als je dat wilt, iedere vier maanden een injectie. Dat loopt door tot een jaar na de start van het onderzoek. Daarna stopt het onderzoek voor de deelnemer. Deze tweede fase gebruiken we om meer kennis te verzamelen over de effectiviteit en veiligheid op lange termijn.”
Meer lezen?
Dit artikel staat in ReumaMagazine 8-2025. Je kunt het hele artikel ook hier lezen.

