Het klinkt misschien gek, maar bij reumatoïde artritis (RA) is de behandeling vaak een kwestie van trial & error. Dit komt doordat er nog geen goede testen zijn die voorspellen op welke medicatie iemand waarschijnlijk het beste reageert. Daarom starten we doorgaans met een middel dat bij de meeste mensen helpt. Of het ook bij de individuele patiënt werkt, dat is afwachten.

Zoektocht

Dit heeft zijn nadelen. De zoektocht naar een goed werkend medicijn – aangenomen dat deze zoektocht slaagt – kan een aantal maanden, maar ook een half jaar of langer duren, en al die tijd blijven de klachten bestaan en kan de ziekte erger worden. Ook kunnen bijwerkingen optreden. Nog afgezien van de kosten van de wel geprobeerde, maar niet werkzame middelen.

Biologicals zijn best duur. Kan het niet anders?

Sinds kort werkt de geneeskunde met zogeheten ‘organoïden’, zeg maar mini-orgaantjes, gemaakt van cellen van een patiënt. Qua structuur lijken ze veel op echt lichaamsweefsel. Voor RA worden organoïden gemaakt van cellen uit gewrichtsweefsel afkomstig van een biopt en soms ook van bloedcellen.

Deze RA-organoïden zijn een model waarmee de ziekte beter kan worden bestudeerd en waar medicijnen op kunnen worden getest. Dit kan in algemene zin, maar ook gepersonaliseerd, dus voor individuele patiënten, om hun reactie op de therapie te voorspellen. In de toekomst zou een medicijn dan eerst kunnen worden getest op een organoïde. Werkt het daar goed, dan is de kans groot dat dit ook voor de patiënt werkt en kan de patiënt het middel gebruiken. Het mini-orgaantje fungeert als testplek.

Geen uitstel van zorg

“Van materiaal van één patiënt kunnen we meerdere organoïden maken”, zegt Amber Dassen, “zodat we tegelijkertijd verschillende reumamedicijnen kunnen testen en zien welk het beste voor die patiënt zou werken.” Dassen volgde in Utrecht de medische SUMMA-opleiding die, behalve aan geneeskunde zelf, veel aandacht besteedt aan methoden en technieken van onderzoek. Zij doet onder leiding van Jan Piet van Hamburg en hoogleraar Sander Tas promotieonderzoek op het gebied van mini-orgaantjes aan het Amsterdam UMC bij de afdeling Reumatologie en Klinische Immunologie en Experimentele Immunologie.

“Van een biopt en bloed naar een organoïde gaan en vervolgens daar medicijnen op testen, dat kost tijd, op dit moment minstens twee maanden. In deze periode kan een patiënt alvast starten met het reumamiddel van eerste keuze, en meestal is dit methotrexaat.” De patiënt hoeft niet te wachten op de resultaten van de test met de organoïden. Als blijkt dat het eerste medicijn onvoldoende werkt, dan zijn ondertussen de testresultaten van de mini-orgaantjes beschikbaar en kan je op basis daarvan het beste vervolgmedicijn kiezen.”

Meer lezen?

Dit artikel staat in ReumaMagazine 1, 2026. Je kunt het ook hier lezen.