Al is de afgelopen decennia veel ontdekt over virussen en epidemieën, mede dankzij de uitbraken van aids, ebola en andere ‘pesten’, toch blijkt het coronavirus zich in veel opzichten anders te gedragen dan de bekende virussen. En dat maakt het zo moeilijk om te bepalen wat goede maatregelen zijn. In ‘Vrij van corona’ vertelt Jaap Goudsmit vooral over het virologisch onderzoek dat het afgelopen jaar, en daarvoor, is gedaan naar corona en andere ziekmakers. Hij laat zien hoe virologen – op basis van kennis over oudere virussen – proberen het nieuwe virus zo goed en zo snel mogelijk in kaart te brengen. Je kunt hierover lezen in ReumaMagazine 3. Eerder al, in een interview in ReumaMagazine 1-2016, vertelde Goudsmit dat ‘chronische ziekten zijn te voorkomen’. “De gezondheidszorg moet van curatief naar preventief.” “Veel infectieziekten hebben een lange incubatietijd; tussen het geïnfecteerd raken en de eerste klachten kunnen vele jaren liggen. Bij aids is deze incubatietijd bijvoorbeeld zeven à acht jaar. Direct na de infectie merk je nog niets, pas later treedt de ziekte aan de oppervlakte. Zoiets speelt ook bij chronische, niet-overdraagbare aandoeningen. Alzheimer bijvoorbeeld begint niet pas met het eerste geheugenverlies. Nee, misschien al twintig of dertig jaar daarvóór. Dan zie je de eerste eiwitontsporingen in het hoofd.” Zijn advies: achterhaal het beginpunt van zulke chronische aandoeningen en vervolgens kijken of we met medische middelen de verdere uitgroei van de ziekte kunnen stoppen.”

Jaap Goudsmit over leefstijlfactor

Een ‘leefstijlfactor’ waar Goudsmit toen al veel in zag, is de trend je eigen gezondheid te meten. “Er komen steeds meer apps waarmee je gegevens kunt bijhouden die aanwijzingen leveren hoe het staat met jouw gezondheid. Al die data maken dat we ziekten straks eerder op het spoor kunnen komen en diagnosticeren. Dan hoeft het niet negen jaar te duren voordat we bij rugklachten concluderen dat het om de ziekte van Bechterew gaat. Met de data die je zelf hebt verzameld, stap je naar je huisarts, en je vraagt of er iets aan de hand is. In de huidige zorgpraktijk heeft een huisarts tien minuten tijd voor jou, en in die tijd kan hij nooit zoveel metingen doen.”