Zoektocht naar diagnose
Als je Karin vraagt hoe lang ze al reumatoïde artritis heeft, kan ze dat niet precies vertellen. Eind jaren negentig van de vorige eeuw kwam ze met veel ‘reuma-achtige’ klachten terecht bij een reumatoloog. Die vertelde haar dat hij niets voor haar kon doen, omdat de reumafactor in haar bloed ontbrak. Na lang aandringen kreeg ze wel medicijnen. Een volgende reumatoloog nam haar klachten serieuzer maar veel zoden aan de dijk zette ook dat niet. Het was een revalidatiearts die in 2008 constateerde dat haar klachten wel degelijk wezen op reuma. “Jammer dat dit allemaal zo lang duurde, want achteraf bleek dat er op foto’s al gewrichtsschade was te zien”, stelt ze opvallend nuchter vast. “Wat een verloren tijd was de zoektocht naar de diagnose.”
Black-out
Zo berustend als Karin er nu over vertelt, kon ze dat lange tijd niet. De onzekere jaren hebben veel gedaan met haar. Niet weten wat je mankeert in een periode in je leven dat je het razend druk hebt en nog van alles aan het opbouwen bent, vreet aan je, geeft ze eerlijk toe. Twee tienerzonen, een studie voetreflextherapie gevolgd door een studie pedicure en “gewoon maar doorgaan” leverde in 2014 een heuse black-out op. “Ik had geheugenverlies, ik was duidelijk over de grens gegaan.”
De diagnose reumatoïde artritis die aanvankelijk als een bevrijding kwam, leverde later de nodige spanningen op. “Ik had meerdere klachten waaronder vermoeidheid, maar het waren vooral mijn voeten die steeds de grootste problemen gaven.”
Spelbreker
Karin bouwde met veel inzet en succes aan een eigen praktijk, maar de reuma was en bleef spelbreker. “Ik wilde verder, ik wilde het contact met mijn patiënten niet verliezen. Ik heb er alles aan gedaan om mijn praktijk in de lucht te houden. Ik werd ook enorm gesteund door mijn patiënten die niet moeilijk deden over afspraken verzetten en me ook op andere manieren hielpen.” In 2019 mislukte een eerste voetoperatie. In de jaren daarop volgden nog meerdere operaties aan haar voet. Triggervingers maakten het werken ook moeilijker en toen Karin in 2024 ook nog een schouderprothese kreeg, moest ze echt stoppen. Het deed Karin veel pijn dat ze de praktijk moest opgeven. “Al kun je”, zegt ze eerlijk “je afvragen of al dat doorzetten in al die jaren verstandig was. Maar als je je werk ontzettend leuk vindt, is het heel moeilijk om te zeggen: ik doe het niet meer.”
Meer lezen?
Dit artikel staat in ReumaMagazine 1-2026. Je kunt het hele artikel ook hier lezen.

