Veel medicijnen kunnen zonovergevoeligheid veroorzaken. Gelukkig heeft niet iedereen hier last van. Bij overgevoeligheid voor de zon, verbrandt je huid sneller door de ultraviolette stralen (uv-stralen) in het zonlicht. Bekende voorbeelden van medicijnen die dit als bijwerking kunnen geven, zijn: antibiotica, antidepressiva, plasmiddelen en ontstekingsremmers. Naast medicijnen kunnen cosmeticazalfjes of middelen tegen muggenbeten ook zonovergevoeligheidsreacties veroorzaken. Er zijn twee soorten zonovergevoeligheid: fototoxische reacties en fotoallergische reacties.

Fototoxische zonovergevoeligheid

Een fototoxische zonovergevoeligheidsreactie komt het meest voor. Deze huidreactie lijkt op een zonverbranding en ontstaat alleen op plaatsen waar het zonlicht op de huid komt. De klachten variëren van een licht brandend of stekend gevoel tot roodheid, zwelling, pijn en blaren. De ernst van de klachten hangt af van de dosering van het medicijn, de sterkte van het zonlicht en hoe lang je in de zon zit. De reactie kan binnen enkele minuten tot uren na blootstelling aan uv-licht ontstaan.
Een fototoxische zonovergevoeligheidsreactie kan ook andere klachten veroorzaken. Wanneer de klachten van de zonverbranding verdwenen zijn, kunnen er bijvoorbeeld pigmentvlekken ontstaan. Ook kunnen nagels verkleuren en loslaten. Soms verwijden bloedvaatjes, waardoor je rode vlekjes of streepjes krijgt op je huid.

Fotoallergische zonovergevoeligheid

Een fotoallergische zonovergevoeligheidsreactie is veel zeldzamer dan een fototoxische reactie. Een fotoallergische huidreactie lijkt op eczeem, met jeuk, roodheid en kleine bultjes of blaasjes. De reactie ontstaat vooral op de plaatsen van je huid die in de zon zijn geweest, maar kunnen ook op andere plaatsen ontstaan. Deze zonovergevoeligheidsreactie is een bijzondere vorm van een allergie voor een medicijn die pas optreedt wanneer er uv-licht op de huid komt. Hiervoor moet het lichaam wel al eerder in contact gekomen zijn met de stoffen uit het medicijn. Het immuunsysteem herkent de stoffen dan en komt in actie. Een fotoallergische reactie kan 24 uur tot 14 dagen na blootstelling aan zonlicht ontstaan. Het is daardoor lastig om een fotoallergische reactie te herkennen als bijwerking van een medicijn.

Zonovergevoeligheid door reumamedicatie

Sommige reumamedicijnen kunnen er voor zorgen dat je huid gevoeliger wordt voor uv-licht. Voorbeelden zijn:
• Ontstekingsremmers (diclofenac, ibuprofen en naproxen);
• Azathioprine;
• Certolizumab pegol;
• Hydroxychloroquine
Methotrexaat;
• Sulfasalazine.
Daarnaast kunnen maagbeschermers (esomeprazol, lansoprazol, omeprazol en pantoprazol) ook zorgen voor zonovergevoeligheid.
Zonovergevoeligheid staat ook als mogelijke bijwerking in de bijsluiter van deze medicijnen. Soms staat in de bijsluiter een andere naam voor zonovergevoeligheid, zoals: overgevoeligheid voor licht, lichtgevoeligheidsreactie, fotosensitiviteit of fotosensibilisatie.

Wat kun je zelf doen?

Wanneer je medicijnen gebruikt waarbij je sneller kunt verbranden door de zon, kun je een aantal dingen doen om je huid te beschermen. Gebruik bijvoorbeeld een zonnecrème met hoge beschermingsfactor (minimaal SPF 30 tot 50) en draag beschermende kleding. Houd er wel rekening mee dat bewolking, ramen, zonnecrème en kleding uv-straling niet helemaal tegenhouden. Daarom kun je het beste tussen 12:00 en 15:00 uur ‘s middags zo veel mogelijk uit de zon blijven. Ook kun je beter niet onder de zonnebank gaan.
Wanneer je stopt met het medicijn of niet meer in zonlicht komt, verdwijnen klachten van zonovergevoeligheid meestal binnen een aantal dagen. Houd er wel rekening mee dat wanneer je stopt met het medicijn, je huid nog enkele dagen gevoelig kan blijven voor zonlicht.
Wil je weten of jouw medicijn zonovergevoeligheid kan veroorzaken? Kijk in de bijsluiter of vraag het je arts of apotheker. Heb je klachten die passen bij zonovergevoeligheid? Overleg deze altijd met je arts en stop nooit zelf met een medicijn. Meld bijwerkingen ook bij het Bijwerkingencentrum Lareb! Dat kan via www.mijnbijwerking.nl.

De auteurs Leanne Kosse en Marijn van Es werken bij Bijwerkingencentrum Lareb.